Tiny forest

Een tiny forest is een concept dat is overgewaaid vanuit India en is een soort minibos. De omvang van zo’n tiny forest behelst ongeveer 200-400m2, dat is ongeveer de grootte van een tennisbaan. Het concept werd aanvankelijk ontwikkeld om natuurlijke en inheemse bossen te herstellen, maar wordt nu ook gebruikt als oase voor vogels, vlinders, insecten en de mens in de stedelijke omgeving.

Het begin van de Tiny Forest

De Indiaanse ingenieur Shubhendu Sharma hoorde van het concept tijdens een lezing van een Japanse Botanicus. Deze botanicus, Akira Miyawaki, ontwikkelde de tiny forest met als origineel doel het herstellen van en plaatsen van oerbossen. Sharma raakte geïnspireerd en plantte een bos aan samen met Miyawaki bij Bangalore, waarna Sharma ook een klein bosje voor zijn familie aanlegde. De minibosjes waren een groot succes en het concept verspreide over velen delen van de wereld.

De Tiny Forest in Nederland

Ook in Nederland kreeg de tiny forest een grote navolging. Het Nederlandse IVM, het instituut voor milieuvraagstukken, zette een samenwerking met Sharma op. De tiny forest werd een handelsnaam en zo zaaide het initiatief uit over Nederland. Je kan een tiny forest herkennen aan een aantal basiskernmerken, zoals een zeer dichtbegroeid en inheems bos dat ongeveer de grootte van een tennisbaan beslaat. Verder moet het minimaal 4 meter breed zijn en moeten er bij de aanleg ongeveer 3 tot 5 bomen per vierkante meter worden aangeplant. Maar ook moet een tiny forest minimaal 25 verschillende wederom inheemse beplanting hebben. Het hebben van een tiny forest is niet alleen mooi en goed voor de biodiversiteit, maar verbetert ook de luchtkwaliteit en heeft een positief effect op de gezondheid.